Deze website maakt gebruik van cookies. We gebruiken cookies om instellingen te onthouden en je bezoek soepeler te laten verlopen. Daarnaast gebruiken we ook cookies voor de verbetering van de website en het verzamelen en analyseren van statistieken. Lees meer over cookies

Hogere kans op nieuwe tumoren voor overlevenden van kinderkanker

Vooral door de eerdere behandeling voor kinderkanker hebben overlevenden van kinderkanker een verhoogde kans op het krijgen van een nieuwe tumor. Voor zijn proefschrift onderzocht Jop Teepen de precieze relatie tussen behandeling en nieuwe kwaadaardige en goedaardige tumoren. ‘Een belangrijk resultaat van mijn onderzoek is dat overlevenden van kinderkanker die behandeld zijn met een specifieke chemotherapie een hogere kans blijken te hebben op het krijgen van borstkanker en weke delenkanker. Verder zien we dat overlevenden van kinderkanker die bestraald zijn een hogere kans hebben op het krijgen van een nieuwe tumor, zoals borstkanker en dikkedarmtumoren’, aldus Teepen. Maandag 17 december verdedigt hij zijn proefschrift bij Amsterdam UMC.

Teepen baseerde zijn onderzoek, o.a. gefinancierd door KWF Kankerbestrijding, op de cohort studie SKION-LATER, een nationale samenwerking voor zorg, voorlichting en onderzoek op het gebied van langetermijneffecten van kinderkanker. Het SKION-LATER cohort bestaat uit vijf-jaars overlevenden van kinderkanker die tussen 1963 en 2002 vóór de leeftijd van 18 jaar zijn behandeld. De resultaten in Teepens proefschrift geven aan dat overlevenden van kinderkanker een hogere kans hebben op het krijgen van nieuwe tumoren in vergelijking met mensen die niet voor kinderkanker zijn behandeld. Dit zijn zowel kwaadaardige als goedaardige tumoren.

‘Deze resultaten kunnen gebruikt worden om de nazorg op de LATER polikliniek aan te passen. Op de LATER polikliniek wordt speciale aandacht besteed aan de late effecten die kunnen optreden als gevolg van de behandeling van kinderkanker. Als we weten wie een hoge kans heeft op het krijgen van nieuwe tumoren, dan kunnen deze personen bij de LATER polikliniek beter onderzocht worden. Degenen met een lage kans op een nieuwe tumor hoeft minder nazorg te krijgen. Bovendien kan een nauwkeurigere voorspelling van langetermijneffecten artsen, kinderen en ouders helpen bij het afwegen van behandelmogelijkheden’, zegt Teepen.

Het LATER onderzoek naar late gezondheidsproblemen, waaronder nieuwe tumoren, wordt vanuit het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie in Utrecht verder vorm gegeven.

Teepen verdedigt zijn proefschrift in Amsterdam, locatie VuMC op 17 december om 13.45 uur.