Deze website maakt gebruik van cookies. We gebruiken cookies om instellingen te onthouden en je bezoek soepeler te laten verlopen. Daarnaast gebruiken we ook cookies voor de verbetering van de website en het verzamelen en analyseren van statistieken. Lees meer over cookies

Precisiemedicijnen zijn doeltreffend bij kinderen met kanker

Nieuwe, doelgerichte medicijnen kunnen het leven verlengen van kinderen met uitbehandelde kanker die bepaalde DNA-afwijkingen in hun tumor hebben, blijkt uit een nieuwe studie. De resultaten bewijzen dat het zin heeft om kinderen te behandelen op basis van de biologie van hun tumor, zegt mede-hoofdonderzoeker Jan Molenaar.

Een grote internationale studie testte genetische en moleculaire afwijkingen bij iets meer dan duizend kinderen met verschillende soorten kanker uit Nederland, Duitsland, en zes andere Europese landen. Vanuit het Prinses Máxima Centrum deden 330 kinderen mee aan het onderzoek. Het ging om kinderen waar kanker al voor de tweede of derde keer terug was gekomen, en bij wie de reguliere behandeling dus niet meer aansloeg maar langere overleving het doel was.

Behandeling op basis van biologie

Prof. dr. Jan Molenaar was mede-hoofdonderzoeker van het Nederlandse onderdeel van de studie in het Prinses Máxima Centrum. ‘Het ‘precision medicine’ programma wat we hier hebben, iTHER, kijkt puur naar de biologie van de tumor,’ legt hij uit. Dat is wezenlijk anders dan kijken naar medicijnen waar al klinisch onderzoek naar is gedaan. Bij kinderkanker is dat namelijk lastig, omdat alle tumoren bij kinderen zeldzaam zijn. Molenaar: ‘Een belangrijke vraag die we onszelf in deze studie hebben gesteld is dus: heeft het zin om de behandeling te bepalen op basis van de biologie? Ja, de resultaten wijzen dat uit.’

Afwijkingen in de tumor

De onderzoekers analyseerden een stukje weefsel van de tumor van elk kind, om te kijken of er afwijkingen waren in het DNA of RNA, namelijk de genen en genactiviteit. Vervolgens bekeken ze of er precisiemedicijnen bestonden met één van deze afwijkingen als doelwit. Van 519 kinderen was ook het uiteindelijke ziekteverloop bekend bij de onderzoekers. Daardoor konden ze zien hoe effectief de precisie-aanpak is.

Bij de meerderheid van de kinderen, 85%, werd een afwijking in het DNA of RNA gevonden. De wetenschappers hadden de afwijkingen ingedeeld op hoe ‘klinisch relevant’ ze zijn, dus hoe waarschijnlijk het is dat een bijpassend doelgericht medicijn effectief is. Een derde van de kinderen met een afwijking in de tumor – 147 van de 446 – werd daadwerkelijk behandeld met een precisiemedicijn.

Langere overleving

Bij 42 kinderen werd een ‘klinisch zeer relevante’ DNA- of RNA-afwijking gevonden. De 20 kinderen behandeld met het bijpassende medicijn leefden gemiddeld nog iets meer dan een half jaar zonder dat hun tumor verder groeide. Dat is ruim anderhalf keer zo lang als kinderen met zo’n afwijking voor wie een precisie-medicijn niet mogelijk bleek – bij hen bleef de ziekte gemiddeld iets minder dan vier maanden stabiel. In totaal werd het leven van kinderen door een passend doelgericht medicijn verlengd met gemiddeld 2,5 maand: van 9,5 maanden tot een jaar.

Passende klinische trials

Molenaar: ‘Het gaat hier om heel zieke kinderen die al heel veel behandelingen hebben gehad. Het is voor artsen en ouders dan best moeilijk om te beslissen of een kind baat heeft bij het meedoen aan een klinische trial. Dit nieuwe onderzoek laat zien van wel – en dat we gewoonweg móeten zorgen dat een kind aan een passende trial mee kan doen.’

Deze studie ging al van start voordat het Prinses Máxima Centrum geopend was. Sindsdien wordt het tumor-DNA bij álle kinderen met kanker die in het Máxima behandeld worden uitgebreid bestudeerd voor diagnose en onderzoek. Tijdens een zogenaamde molecular tumorboard bijeenkomst bespreken artsen, pathologen en onderzoekers wat de afwijkingen zijn in de biologie van de tumor, en welke klinische trials daarbij aansluiten. De uiteindelijke beslissing over de behandeling van het kind gebeurt door de behandelend arts in samenspraak met het gezin.

Samenwerking

Het Nederlandse onderdeel van deze studie was een nauwe samenwerking tussen research (prof. dr. Jan Molenaar) en kliniek (prof. dr. Michel Zwaan), en werd gecoördineerd door kinderoncoloog Karin Langenberg. De verantwoordelijk trialmanager bij het Trial en Data Center is Miriam Stumpf.

Het onderzoek was een samenwerking met het Hopp-KiTZ kinderkankercentrum in Heidelberg, Duitsland, waarmee het Prinses Máxima Centrum deze zomer een ‘Twinning Program’ aankondigde. De studie is vorige week gepubliceerd in de novembereditie van het vooraanstaande vakblad Cancer Discovery, naast een commentaar op de studie door o.a. Lex Eggermont. Het onderzoek werd gefinancierd door onder andere Deutsche Krebshilfe, Deutsche Kinderkrebsstiftung en de Duitse overheid.